Gezien, gehoord, gelezen

Gezien, gehoord, gelezen

Verkondiging en verstrooiing

Peter Bak & Wim Berkelaar
Verkondiging en verstrooiing. Een geschiedenis van de NCRV (1924-2014)
Amsterdam (Prometheus/Bert Bakker) 2014, 574 p., ill., € 35,-, isbn 978 90 351 42602

De geschiedenis van de Nederlandse Christelijke Radio-Vereniging (ncrv), opgericht op 15 november 1924, is er een van contrasten. Zo gaven Algra, Rijnsdorp en Van Kaam hun boek de titel Vrij en gebonden (1974). De omroep was volgens hun karakterisering vrij, omdat zij noch van staatswege, noch door een kerkverband werd opgericht, maar tegelijkertijd gebonden, omdat haar grondslag en aanhang orthodox-protestants was. De ncrv-geschiedenis zoals die in 1999 door Auke van Nijen is opgetekend in het boek Zal er na 2000 een christelijke organisatie zijn? De ncrv als testcase, laat zich eveneens als een contrastrijk relaas lezen. Van Nijen laat het orthodox-protestantse triomfalisme dat de ncrv in haar beginjaren kenmerkte, schril afsteken bij de verlegenheid waarin de protestants-christelijke identiteit de ncrv aan het eind van de vorige eeuw bracht. Ook de keuze van Peter Bak en Wim Berkelaar voor de titel Verkondiging en verstrooiing (2014), verraadt dat een tegenstelling als rode draad door de geschiedenis van deze omroepvereniging loopt. Zoals de auteurs laten zien, heeft de ncrv vanaf haar oprichting moeten laveren tussen op het eerste gezicht, moeilijk te verenigen intenties: christelijk engagement tonen en lichtvoetig amusement verschaffen.

Verkondiging en verstrooiing is een hardcover met twee leeslinten, en is voorzien van een uitgebreid register en veel illustraties. In de eerste zes hoofdstukken bespreekt Bak de aanloop naar de stichting en de opbouw van de omroeporganisatie tot en met het verdwijnen van kerkdienstuitzendingen uit de ncrv-programmering in 1964. Ook bespreekt hij de bezwaren tegen de radio – evenals later die tegen het medium televisie – waarmee het omroepbestuur zich binnen de beoogde achterban geconfronteerd zag en de pogingen van de ncrv om tijdens de Duitse bezetting in de ether te blijven. In de volgende zes hoofdstukken behandelt Berkelaar de tegenstand die de omroep steeds meer ondervond. De ncrv kreeg te maken met concurrentie op het protestantse media-erf door de komst van de Evangelische Omroep en met groeiende overheidsbemoeienis. Ook worstelde de ncrv steeds meer met haar protestantse identiteit in een post-christelijke samenleving; de omroep zou uiteindelijk in 2014 de organisatorische fusie met de kro beklinken. Bak en Berkelaar wisselen de reconstructie van het beleid af met een greep uit het programma-aanbod en de reacties van ncrv-leden daarop; hiervoor hebben zij geput uit de ncrv-gids.

Bij een bespreking van Verkondiging en verstrooiing dringen zich twee vergelijkingen op – allereerst met eerder verschenen boeken over de geschiedenis van de ncrv, zoals dat van Algra et al. en van Van Nijen, en de in 1999 gepubliceerde jubileumbundel ncrv 75. Ze laten mensen in hun waarde. Het boek van Bak en Berkelaar verschilt wezenlijk van deze publicaties door zijn omvang, diepgang en (geschied)wetenschappelijke karakter. Het verhaal dat de auteurs vertellen is goed geschreven en gebaseerd op intensief bronnenonderzoek. Bak en Berkelaar geven blijk van kritische distantie zowel als van inlevingsvermogen.

Verkondiging en verstrooiing vraagt evenzeer om een vergelijking met Vara. Biografie van een omroep, uitgegeven in 2009. De vara en de ncrv hebben in het recente verleden allebei een jubileum aangegrepen om een wetenschappelijk verantwoorde geschiedschrijving te publiceren. Beide omroepen besteedden die geschiedschrijving uit, de vara aan mediahistoricus Huub Wijfjes, nu verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en de Rijksuniversiteit Groningen. Bak en Berkelaar zijn beiden nauw betrokken bij het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme (1800-heden) aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Doordat de auteurs van beide boeken vrije toegang tot de omroeparchieven vergund was, komen strubbelingen achter de schermen in alle openheid aan bod. Waar voor Wijfjes de relatie van de vara tot de sociaaldemocratische politiek echter een dominant thema vormt, besteden Bak en Berkelaar nauwelijks aandacht aan de korte lijnen die in de hoogtijdagen van de verzuiling bestonden tussen de ncrv en de Anti-Revolutionaire Partij.

De inhoud van dit boek is rijker dan de titel suggereert. De spanning tussen verkondiging en verstrooiing was namelijk slechts een van de contrasten die in de ncrv-geschiedenis naar voren komen. Vooral in het begin moest de ncrv behoedzaam opereren om te voorkomen dat de relatie tussen leden van de Gereformeerde Kerken en orthodoxe leden van de veel grotere Nederlandse Hervormde Kerk niet tot een onoverbrugbare antithese zou uitgroeien. De gereformeerden waren oververtegenwoordigd, zowel in het bestuurlijk kader als in de achterban. Een andere tegenstelling was het uitvloeisel van de wens van de ncrv om zowel de orthodox-protestantse achterban te bedienen als andersdenkenden. Programma's gericht op de eigen groep konden anderen maar matig bekoren, terwijl uitzendingen zonder een duidelijk herkenbare christelijke inhoud al snel tot onvrede bij ncrv-leden leidde.

In de periode die Berkelaar beschrijft, openbaarde zich een toenemende tegenstelling tussen vereniging en omroepbedrijf. Voor programmamakers ging esthetische en inhoudelijke kwaliteit van programma's prevaleren boven godsdienstige motieven, terwijl de leden van het verenigingsbestuur tot taak hadden de protestantse identiteit te bewaken. Daarnaast manifesteerden zich vanaf de late jaren zestig intern tegenstellingen tussen behoudende en meer vooruitstrevende protestanten. In uitzendingen namen progressieve geluiden toe, terwijl uit reacties in de ncrv-gids bleek dat de achterban daar niet gelukkig mee was.

Bak en Berkelaar laten goed uitkomen hoe alle genoemde tegenstellingen – kerkelijk, programmatisch, organisatorisch en levensbeschouwelijk – hun stempel drukten op de ontwikkeling van de ncrv. Dat zij schrijven vanuit een binnenperspectief heeft gewichtige consequenties. Zo komt de lezer weinig te weten over de ncrv in relatie tot de protestants-christelijke partijpolitiek en over haar positie in en invloed op de bredere orthodox-protestantse zuil, waarin net als in de ncrv gereformeerden vaak de dienst uitmaakten. Of de ncrv ontwikkelingen in die zuil vooral aanjoeg of slechts weerspiegelde, laten Bak en Berkelaar te veel in het midden. Bovendien verbinden zij de geschiedenis van de ncrv niet met die van andere omroepverenigingen. Op de vraag welke ontwikkelingen al dan niet de specifieke ncrv-context kenmerken, geven zij geen antwoord. Die bedoeling hadden zij vermoedelijk ook niet: Verkondiging en verstrooiing is vooral gericht op het selecte lezerspubliek van ncrv-leden. Het boek is uitsluitend te bestellen via de ncrv-webwinkel, waartoe alleen leden toegang hebben. Ook zijn de overvloedige en nogal breedvoerige programmabeschrijvingen ongetwijfeld bedoeld als feest van herkenning voor de ncrv-achterban.

Ondanks de beperkingen van het gehanteerde perspectief vormt Verkondiging en verstrooiing een belangrijke bron voor de geschiedenis van een organisatie die decennialang het beeld bepaalde voor het orthodoxe protestantisme in Nederland zowel als een onmisbare bouwsteen voor een vergelijkende omroepgeschiedenis. Het boek verdient daarom een bredere lezerskring dan de (slinkende) kring van ncrv-leden.

Tom-Eric Krijger


Creative Commons License
This work is licensed under a Creative Commons Attribution 3.0 License.



Creative Commons License
This work is licensed under a Creative Commons Attribution 3.0 License.

ISSN: 2213-7653