De ongelukkigsten onder de menschen

Gemma Blok & Rose Spijkerman

‘De ongelukkigsten onder de menschen’

De verbeelding van zenuwzwakte in advertenties voor Pink Pillen, 1900-1920

Zelfmedicatie

‘Sedert ik die pillen genomen heb, ben ik vroolijk en gezond’.1 Aldus mejuffrouw Cornelia Steenweg uit Delft, in een brochure over de Pink Pillen van dr. Williams. Dit van oorsprong Canadese product verscheen eind negentiende eeuw op de Nederlandse markt. De pillen zouden helpen tegen allerlei kwalen die het gevolg waren van ‘lichamelijke en geestelijke overspanning’; van ‘schele hoofdpijn’ en maagklachten tot bloedarmoede en neurasthenie (‘zenuwzwakte’). Ze hernieuwden het bloed en brachten een blos op de wangen, vandaar ook de naam. Cornelia was naar eigen zeggen door de pillen verlost van haar algehele slapte en gebrek aan eetlust. In de eerste decennia van de twintigste eeuw kon men in de Nederlandse kranten honderden advertenties aantreffen voor Pink Pillen; journalistiek aandoende reportages over mensen die, net als Cornelia, dankzij deze pillen enorm waren opgebloeid.

De periode rond 1900 staat in de geschiedenis van de geneeskunde bekend als de ‘Gouden Eeuw der zelfmedicatie’.2 In de Nederlandse kranten en tijdschriften werd tussen 1880 en 1920 uitgebreid geadverteerd voor talloze drankjes, zalven en pillen. De fabrikanten van Pink Pillen waren echter bijzonder wat betreft hun omvangrijke en innovatieve reclamecampagne. Voor weinig andere bloed- en zenuwversterkende middelen werd begin twintigste eeuw zo uitgebreid reclame gemaakt in de Nederlandse kranten. De Canadese ondernemer George Fulford, de man achter het wereldwijde succes van de Pink Pillen, besteedde uitzonderlijk veel geld en aandacht aan adverteren.

Geneesmiddelenreclames zoals die voor Pink Pillen vormen een interessante bron voor onderzoek naar de beeldvorming over psychische kwalen. Om hun producten te verkopen, moesten de makers van advertenties immers ‘betekenis scheppen’ rond ziekte, en die ‘associëren met hun producten’, aldus hoogleraar medische geschiedenis Frank Huisman.3 Dit artikel biedt, na een korte inleiding over de Pink Pillen als product, een analyse van de betekenis die reclames hebben gegeven aan zenuwlijden aan het begin van de twintigste eeuw. Daartoe zijn enkele honderden reclames bekeken die tussen 1898 en 1918 verschenen, de decennia waarin het meest frequent voor de pillen is geadverteerd in de Nederlandse kranten.4 De gepubliceerde advertenties waren overal hetzelfde, in landelijke zowel als regionale kranten van uiteenlopende signatuur, van het socialistische dagblad Het Volk tot en met de katholieke krant Het Centrum.

We zullen betogen dat de Pink Pillen-advertenties een bijdrage hebben geleverd aan de ‘psychologisering’ van de samenleving: de toegenomen neiging in onze cultuur om persoonlijke en sociale problemen te benoemen als (resultaat van) psychische aandoeningen, alsmede de groeiende aandacht voor het belang van het onderkennen en uiten van gevoelens.5 De ontwikkeling van ideeën over de aandoening neurasthenie zal aan de hand van de advertenties nader worden uitgelicht. Ook zal worden betoogd dat de reclames voor Pink Pillen een verbeelde gemeenschap van lijders aan zenuwkwalen creëerden. Het concept van de verbeelde gemeenschap (‘imagined community’) is geïntroduceerd door de antropoloog en politicoloog Benedict Anderson, in het kader van de geschiedschrijving van het nationalisme. Wij zullen pogen aan te tonen dat dit concept ook relevantie heeft voor de geschiedschrijving van de psychologisering van de samenleving.

Tot slot zijn de reclames voor Pink Pillen ook vanuit gender-perspectief geanalyseerd, omdat geneesmiddelenreclames vaak denkbeelden over sekse en cultuur weerspiegelen en beïnvloeden. Zo beschreef de Amerikaanse onderzoeker Jonathan Metzl hoe naoorlogse psychofarmaca, zoals het antidepressivum Prozac, door fabrikanten werden aangeprezen als probate middelen voor vrouwen die niet ‘goed’ functioneerden. Ze waren bijvoorbeeld geen energieke en zorgzame moeders, of ze konden geen partner vinden. Een pil zou hen helpen de gewenste sociale rol weer op te pakken.6 Werd zenuwzwakte in de advertenties voor Pink Pillen gepresenteerd als kwaal voor mannen of vrouwen, of als gender neutraal? Gaven de advertenties andere verklaringen voor het ontstaan van zenuwkwalen bij mannen dan wel vrouwen?

Dagbladadvertentie Pink Pillen als versterkend middel voor vrouwen

Afbeelding 1: Dagbladadvertentie Pink Pillen als versterkend middel voor vrouwen. (Zie ook de dagbladen, genoemd in de noten)

Pink Pillen ‘voor bleeke personen’

De Pink Pillen waren in 1886 gepatenteerd door de Canadese arts William Frederick Jackson. Het succes van zijn pillen was echter te danken aan zijn landgenoot en apotheker George Taylor Fulford, die het patent in 1890 van Jackson kocht. Toen er in de jaren 1891 en 1892 een griepepidemie heerste in Canada wist Fulford de Pink Pillen aan te prijzen als effectief medicijn tegen verzwakking na griep, met een enorme verkoop als gevolg. De winsten investeerde Fulford vervolgens in de wereldwijde marketing van ‘Dr. William’s Pink Pills for pale people’.7 Hij verkocht het product al snel in 82 landen en had kantoren van Bombay tot Rio de Janeiro.8 Fulford adverteerde intensief in kranten en liet brochures per post verspreiden en door vertegenwoordigers, die reisden per trein of zelfs op de fiets, in moeilijk te bereiken landelijke gebieden. In Engeland besteedde zijn bedrijf in 1900 maar liefst 200.000 Britse Pond aan adverteren – dat wil zeggen zo’n achttien miljoen euro, omgerekend naar huidige valuta.

De Pink Pillen van dr. Williams waren tamelijk prijzig. Een doosje Pink Pillen kostte 1,75 gulden, omgerekend naar de prijzen van nu 21,75 euro. Waarschijnlijk was één doosje genoeg om enkele weken tot een maand mee te doen.9 Het product werd dan ook voornamelijk in de markt gezet voor de midden- en hogere klassen. De personen uit de reclames lijken vaak welgesteld, soms wordt ook expliciet vermeld dat ze dit zijn. Een enkele keer was een beschreven patiënt een naaister, strijkster, veldarbeider of metselaar. Vaker betrof het mannen die werkten in zelfstandige beroepen of in leidinggevende functies, of vrouwen die schijnbaar werden onderhouden door hun echtgenoot of vader. Nooit ging het om haven- of fabrieksarbeiders. In Engeland golden de Pink Pillen eveneens als product voor de ‘upper class’. Rond 1900 heerste daar in hogere kringen zelfs een ware rage rond het product, mede doordat het gerucht rondging dat de pillen gebruikt werden in koninklijke families.10

In de Pink Pillen zat, ondanks de hoge prijs, waarschijnlijk weinig bijzonders. Het was in deze tijd nog niet verplicht om op verpakkingen van medicijnen te vermelden wat de ingrediënten waren. Echter, de in 1881 opgerichte Vereeniging tegen de Kwakzalverij, die zich keerde tegen het toepassen van onbewezen en niet-werkzame therapieën, lichtte allerlei van dit soort ‘geheimmiddelen’ door op de inhoud. In de Pink Pillen vond men in 1916 zink, een metaal dat ook voorkomt in bijvoorbeeld vlees, vis en bruin brood. Het bevordert de opbouw van eiwitten en draagt bij aan weefselgroei, gezonde botten, haar en huid. Ook bevatten de Pink Pillen gentiaanpoeder, een plantenextract dat ook nu nog in de kruidengeneeskunde gebruikt wordt als eetlustbevorderaar en tegen indigestie.11 De British Medical Association (BMA) meldde in 1909 dat de Pink Pillen op de Engelse markt ijzer bevatten, dat werkt tegen bloedarmoede. Daarnaast vond men magnesium, kalium, suiker en droppoeder.12 De BMA concludeerde dat de pillen veel te duur waren. Voor veel minder geld kon de consument ijzerpillen kopen van andere merken. In Australië schijnt ooit arsenicum te zijn aangetroffen in een voorraad Pink Pillen, maar in ons land en Engeland vond men dus alleen betrekkelijk onschuldige voedingssupplementen – hoewel een langdurige inname van teveel zink wel kan leiden tot bloedarmoede en vermindering van de weerstand.

Herstel van de totale mens

Eén van de voornaamste kwalen waartegen de Pink Pillen zouden helpen was neurasthenie. De diagnose neurasthenie was in 1869 geïntroduceerd door de Amerikaan George Miller Beard (1839-1883). Het was een amorf begrip dat qua symptomatiek leek op latere ziektecategorieën als depressie, chronisch vermoeidheidssyndroom en burn out. De aanduiding neurasthenie kon duiden op een heel complex aan lichamelijke en psychische klachten, waaronder vermoeidheid, prikkelbaarheid, hoofdpijn, spijsverteringsproblemen, impotentie, angsten en slapeloosheid. Zeker in het laatste kwart van de negentiende eeuw gold het als kwaal voor leden van de goed opgeleide, welgestelde hogere klasse. Neurasthenie had een nogal elitair imago. In veel westerse landen ontstond rondom deze groep een lucratieve ‘neurasthenia-business’. Particuliere sanatoria en universiteitsklinieken boden tegen betaling behandeling in een luxe, rustgevende omgeving.13

Aan het begin van de twintigste eeuw werd de diagnose neurasthenie steeds gangbaarder.14 Ook vond een overgang plaats van een somatische naar een psychologische interpretatie van het ziektebeeld. Deze overgang is duidelijk zichtbaar in de advertenties, maar toch is het soms verbazingwekkend hoe lang nog vast werd gehouden aan oudere ideeën over bijvoorbeeld de kracht en invloed van gezond bloed op de geest. Neurasthenie gooide men in de reclames voor Pink Pillen min of meer op één hoop met bloedarmoede. In één adem sprak men van ‘de bloedarmen, de zwakken, de overwerkten, de lijders aan neurasthenie’. Bloedarmoede kon neurasthenie veroorzaken en niet alleen neurasthenen waren ‘overwerkt’, ook lijders aan bloedarmoede zouden dat zijn.

Het nauwe verband tussen bloed en zenuwen trof historicus Heinz-Peter Schmiedebach ook aan in Duitse reclames voor medicijnen tegen neurasthenie, die verschenen in het populaire satirische tijdschrift Simplicissimus. Veel pillen waarvoor men in dit blad adverteerde, streefden ook naar een herstel van de totale mens via versterking van het bloed.15 Dit verband tussen bloedarmoede en neurasthenie valt direct terug te voeren op de theorieën van George Beard. Volgens Beard konden bloedarmoede en neurasthenie elkaar veroorzaken. Ook konden zij beide het gevolg zijn van acute of chronische lichamelijke kwalen die de weerstand hadden ondermijnd, zoals uitputtende koortsen.16

Ook in de romanliteratuur van het fin-de-siècle waren bloed en zenuwen nauw met elkaar verbonden. De hogere klassen kenmerkten zich in veel literatuur door zwakte en ziekelijkheid. In de woorden van hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde Mary Kemperink: ‘Verfijning betekende gemakkelijk ook verzwakking’ (…) ‘Hun delicate bleke huid waar de blauwe adertjes doorheen schenen, was een zichtbaar teken van zwakte, net zoals de rode blos van het volk een symptoom van gezondheid was.’ Leden van de maatschappelijke elite hadden ook hun eigen specifieke ziekten. ‘Hoofdpijn, flauwvallen, zenuwkoortsen, het waren allemaal kwalen die hoorden bij de hoger gesitueerden, evenals neiging tot melancholie en overspannenheid.’17 De nadruk verschoof gaandeweg van het bloed naar de zenuwen. In de literaire verbeelding van de hogere stand waren rond 1900 veel ‘nerveuze temperamenten’ te vinden, aldus Kemperink. Die overmaat aan zenuwen zorgde voor een zwakke constitutie, zowel lichamelijk als geestelijk, blijkende uit ‘bleekzucht, gebrek aan energie, zenuwachtigheid en overgevoeligheid’. Die aandoeningen waren kenmerkend voor het nerveuze temperament, net als een diep gevoelsleven en een artistieke aanleg.18

Een verbeelde gemeenschap van zenuwlijders

Anno 2013 mag in Nederland alleen in medische vakbladen worden geadverteerd voor op recept verkrijgbare medicijnen, maar rond 1900 konden producenten van geneesmiddelen zich nog direct tot het publiek richten. De fabrikanten van Pink Pillen richtten zich met hun reclames op de ‘impliciete consumenten’, de veronderstelde kopers van hun product. Dit waren natuurlijk geen bestaande mensen van vlees en bloed. Men zou kunnen stellen dat de reclames slechts laten zien, hoe de fabrikanten van Pink Pillen zich de consumenten van hun product voorstelden. Maar, zo betoogt Frank Huisman, deze impliciete consumenten stonden ook niet geheel los van de realiteit.19 Geneesmiddelenfabrikanten kregen immers feedback van het publiek in de vorm van verkoopcijfers. Wie niet goed wist in te spelen op de behoeften van de consument, wie geen rekening hield met de wensen van het publiek of die wensen niet goed aanvoelde, die ging ten onder. Geneesmiddelenreclames zijn daarom volgens Huisman ook geschikt als bronnen om het perspectief van de patiënten uit het verleden te achterhalen.

Wanneer we in navolging van Huisman de reclames voor Pink Pillen ‘lezen’ als indicatie van de wensen van het publiek, dan kunnen we constateren dat de fabrikanten van de Pink Pillen succesvol inspeelden op een behoefte aan lotgenotencontact bij de consument. Doordat de nadruk in deze reclames voor Pink Pillen zo sterk lag op de verhalen van individuele lijders, kregen lezers de kans om zich deel te gaan voelen van een wereldwijde gemeenschap van mensen met zwakke zenuwen. Ze konden zich identificeren met andere mensen die zich geregeld ‘lusteloos’, ‘uitgeput’, ‘zenuwachtig’ of ‘gejaagd’ voelden. De advertenties boden hen zicht op andere mensen die soms zo zwak of treurig waren dat ze dagenlang in bed bleven liggen, niet meer konden werken of het huishouden verwaarloosden. Blijkbaar waren er anderen die het soms ook moeite kostte zich staande te houden in het dagelijks leven. Deze ‘ongelukkigsten onder de menschen’, aldus één reclame, was het leven een last. De vele lijders aan neurasthenie kenden ‘vreugde noch hoop’, ze kwijnden weg en waren niet in staat weerstand te bieden aan ‘het verval hunner krachten’. Ze zouden baat hebben bij de sensatie die Pink Pillen hun zou geven: ‘een gevoel van welzijn, van inwendige warmte’.20

Identificatie van de lezers en lezeressen met de patiënten uit de reclames moedigde men aan door de gebruikers van Pink Pillen te presenteren als keurige, welgestelde en hardwerkende personen. Het ging bijvoorbeeld om een directeur van een Rotterdamse firma, of om een ‘vermaarde ingenieur uit Milaan’, die door het vele harde werken was gaan lijden aan zenuwuitputting. Als het ging om door zenuwen geplaagde vrouwen, dan maakte men vaak melding van hun afkomst uit een ‘eerzame’ of zelfs ‘zeer eerzame’ familie. De lijders werden doorgaans afgebeeld als aantrekkelijke, goed geklede mensen. De Milanese ingenieur was volgens de afbeelding een knappe man met een kwieke snor. Andere mannen die voorkwamen in de reclames beeldde men af in een rokjas en hoge hoed. Vrouwen en meisjes waren vrijwel zonder uitzondering elegant gekapt en gekleed.

Ingenieur Viola

Afbeelding 2: Ingenieur Viola. Uit een advertentie voor Pink Pillen in de Nieuwe Tilburgsche Courant

De fabrikanten van Pink Pillen presenteerden zenuwlijden kortom als een respectabele kwaal, zoals ook artsen dat deden. Volgens George Beard, de uitvinder van het concept, was zenuwzwakte een beschavingsziekte: het gevolg van te hard werken, overmatige inspanning van de geest en overprikkeling van de zenuwen door technologische uitvindingen en de groei van de steden. Het jachtige moderne leven, zo lichtten de advertenties voor Pink Pillen het Nederlandse publiek voor, was de voornaamste oorzaak voor de nieuwe epidemie van zenuwzwakte. De neurasthenielijders in de advertenties waren veelal mannen met belangrijke banen of zwaar geestelijk werk. Juist het grote aantal zieken gaf aan hoe hard er gewerkt werd. Voornamelijk de mensen die in aanraking kwamen met de nieuwe technologie waren vatbaar.21 Ook beschrijven de reclames dat het mensen sierde als ze gevoelige zenuwen bezaten. Af en toe stond vermeld in de reclames dat de pillen geschikt waren voor ‘delicate personen’. Sommige reclames suggereren een verband tussen zenuwzwakte en artistiek talent, door kunstenaars en pianoleraressen op te voeren als patiënten.

Schaamte hoefde de zenuwlijder in ieder geval niet te voelen, was de impliciete boodschap. De reclames stimuleerden openheid over psychisch lijden. Ook wekten ze de suggestie dat mensen onderling over de Pink Pillen praatten. Zo was mej. Roddenhof uit Overijssel begonnen Pink Pillen te gebruiken omdat ‘iedereen’ er ‘zoveel goeds’ over zei.22 De mannen in de advertenties vertelden schijnbaar zonder gêne over hun zenuwuitputting. Zo vertelde de vermaarde Milanese ingenieur dat hij door ‘de belangrijke werken die hij bestuurde’ aan zenuwuitputting en neurasthenie leed.23 Een ‘lyrisch artist’ kreeg last van zenuwzwakte als gevolg van een reeks concerten en soirees waaraan hij had meegewerkt.24 Tot slot verklaarde een journalist dat zijn werk zo veel drukte met zich mee bracht en ‘eene groote inspanning van de hersens’ eiste, zodat hij terneergedrukt was door zenuwoverspanning.25 Niet alleen de hogere middenklasse kwam aan bod. Zo vertelde ook een wever over de staat van gejaagdheid waarin hij zich voortdurend bevond. Door de Pink Pillen werden de zenuwen gekalmeerd, hervond hij zijn krachten en was hij wederom een opgewekt mens.26

Zodoende schiepen de reclames voor Pink Pillen een ‘verbeelde gemeenschap’ van zenuwzwakken. De term verbeelde gemeenschap (‘imagined community’) is, als gezegd, geïntroduceerd door de antropoloog en politicoloog Benedict Anderson, in het kader van de geschiedschrijving van het nationalisme. Anderson betoogde in zijn boek Imagined communities. Reflections on the origin and spread of nationalism (1983) dat de natie beschouwd kon worden als een verbeelde gemeenschap, die vooral gestalte kreeg in de hoofden van mensen. Burgers gingen zich verbonden voelen met hun landgenoten: personen die zij niet kenden, maar met wie ze wel een diepe kameraadschap ervoeren. Soms was die verbondenheid zelfs zo sterk, dat ze bereid waren voor elkaar en de natie te sterven. De emotionele band kwam op vele manieren tot stand, via rituelen, muziek, bijeenkomsten, literatuur of krantenartikelen. Er is vaker betoogd dat dit concept van de verbeelde gemeenschap ook relevantie heeft voor de bestudering van andere sociale processen dan alleen het ontstaan van nationalisme. Zo pleiten Marcel Broersma e.a. in Identiteitspolitiek. Media en de constructie van gemeenschapsgevoel (2010) voor een verbreding van het concept verbeelde gemeenschap. De behoefte ergens bij te horen, schrijft Broersma, is een ‘antropologische constante. Het helpt individuen om zich staande te houden in de wereld en zij ontlenen hieraan een gevoel van eigenwaarde’.27

Bestudering van de manier waarop de Pink Pillen-reclames de lijders aan zenuwzwakte verbeeldden als wereldwijde gemeenschap, kan een bijdrage leveren aan het debat over de genese van de psychologisering van de samenleving. Het ging hier niet, zoals in het geval van nationalisme, om een gevoel van verbondenheid dat zo sterk was dat men zichzelf wilde opofferen voor de groep. Maar voor wie zich ook weleens zwak, somber of zenuwachtig voelde, was het mogelijk een troost en steun in de rug om zich hierin niet alleen te voelen staan. Al waren het anonieme lotgenoten die men in de kranten ontmoette, in de verbeelding bestonden ze wel.

De verbeelde gemeenschap van zenuwzwakken bood een aantrekkelijke vorm van betekenisgeving aan amorfe gevoelens van wanhoop en ellende: vanwege de simpele en hoopvolle boodschap en belofte van genezing, maar ook vanwege de troost en steun die men vond in de herkenning bij de verbeelde lotgenoten. Dit vormde voor mensen mogelijk een stimulans om zichzelf de identiteit van zenuwzwakke patiënt aan te meten, hun levensproblemen en sociale problemen in psychiatrische termen te gaan vatten en hier openlijker over te spreken.

Uiteraard is het de vraag of de individuen uit de reclames voor Pink Pillen werkelijk hebben bestaan. De reclames beweerden dat een ‘verslaggever’ of ‘correspondent’ bij hen op bezoek was geweest, of dat het ging om mensen die een brief naar de krant hadden gestuurd. Natuurlijk stelde ook George Fulford dat de getuigenissen echt waren.28 De lijders worden vaak met naam en adres genoemd en soms staat er een foto bij. De verhalen zijn echter zonder uitzondering zeer positief over de effecten van de medicijnen. Alle gebruikers zijn wonderbaarlijk door de pillen genezen. Ook destijds vonden sommige mensen dit blijkbaar verdacht. De Pink Pillen-fabrikanten verweerden zich althans tegen kritiek, door in hun reclames geregeld te benadrukken dat de opgetekende ervaringsverhalen controleerbaar waren. Men kon de patiënten immers op basis van de persoonsgegevens opzoeken. Al deze mensen bestonden en hadden toestemming gegeven hun verhaal publiek te maken.

Net zoals tegenwoordig advertorials soms voor verwarring zorgen door hun gelijkenis met een ‘echt artikel’ en bovendien vaak serieuzer worden genomen dan gewone advertenties, is het aannemelijk dat veel lezers een eeuw geleden, toen nog geen sprake was van de kritische kijk op de media die de afgelopen decennia is gegroeid, geloof hechtten aan de getuigenissen van Pink Pillen-gebruikers.29 De oplages van kranten groeiden destijds exponentieel30 en voor veel lezers was het dagelijkse consumeren van actualiteiten een nieuwe ervaring. De manier van adverteren voor Pink Pillen was dan ook volledig anders dan eerder het geval was geweest. De vernieuwende reclames zagen er niet uit als advertenties, maar als korte krantenartikelen.31 Zo droegen ze titels als ‘Belangwekkende Nieuwstijdingen’, ‘Ingezonden mededeelingen’ of ‘Waarom vrouwen klagen’. De advertenties stonden temidden van artikelen met binnenlands en buitenlands nieuws en waren ook relatief lang. In de reclames sprak men van ‘onze verslaggever’ of onze ‘correspondent’, die op bezoek ging bij gebruikers van Pink Pillen door heel het land. Weliswaar stond soms onderaan vermeld: ‘50 cent per regel’. Daaruit kon de lezer opmaken dat voor deze advertentie betaald was. Desalniettemin zal het menige krantenlezer zijn ontgaan dat het hier ging om reclame.

‘Schrik, zorg en verdriet’. Meer aandacht voor gevoelens

Aanvankelijk lag de nadruk in de reclames voor Pink Pillen vooral op de somatiek. Wie leed aan geestelijke zwakte, leed feitelijk aan ‘slap bloed’. Wie zich treurig voelde, was dit vanwege de lichamelijke klachten waardoor hij of zij continu werd geplaagd. Na 1910 echter benadrukten de reclames voor Pink Pillen steeds meer de persoonlijkheidskenmerken van mensen die leden aan hun zenuwen en omstandigheden die zenuwlijden konden veroorzaken. Deze toename van een psychologische interpretatie van zenuwzwakte was zichtbaar in de westerse wereld na 1900. De Pink Pillen reclames volgden ook hierin dus de trend in het medisch-psychiatrische vertoog en vertaalden deze naar het grote publiek.

Omdat de advertenties voortdurend een andere terminologie gebruiken, is het lastig om over één eenduidig ziektebeeld te spreken dat erin wordt verbeeld. Aan het begin van de eeuw sprak men voornamelijk over ‘zenuwoverprikkeling’, ‘overspannen zenuwen’, ‘zenuwuitputting’ en ‘zenuwzwakte’. Naarmate de tijd verstreek noemden de advertenties ‘neurasthenie’ steeds vaker als diagnose. Toch verdwenen andere benamingen voor psychische aandoeningen niet. Wel werden de reclames allengs meer psychologisch van toon. Nieuwe termen deden hun intrede in de beschrijving van de symptomen van zenuwlijders; woorden die de gevoelens van de patiënten meer benadrukten alsmede het belang van ingrijpende levensgebeurtenissen als achtergrond van psychische problemen. Zo ging men spreken over ‘tobben’, ‘somberheid’, ‘zwaarmoedigheid’, ‘duistere gedachten’ en ‘leegheid in de hersenen’. Mensen met een verstoord zenuwstelsel zouden zich ‘ontevreden’ voelen ‘over alles, over iedereen en over uzelf’. 32

Rond 1910 gingen de reclames bovendien benadrukken dat mensen niet alleen aandacht moeten besteden aan hun lichamelijke gezondheid, maar ook moeten waken voor hun geestelijke welzijn. De zenuwen moesten goed worden ‘onderhouden’. Mensen moesten niet klagen, maar hun psychische gezondheid aanpakken. Men zou hierin een aanzet kunnen zien van wat de Britse socioloog Nikolas Rose heeft omschreven als het moderne ‘regime of the self’: de notie dat het de morele plicht is van iedere burger om verantwoordelijkheid te nemen voor zijn eigen psychisch functioneren, de basis immers van zijn verdere zelfontplooiing en autonomie.33

De vermaningen in de advertenties voor Pink Pillen waren soms ronduit dreigend van toon. Zo vergeleek men neurasthenie met de pest van weleer. Tegenwoordig was neurasthenie de epidemische ziekte die iedereen ‘vrees inboezemde’, zoals de pest dat vroeger deed.34 Lijders die hun gedachten niet meer bij hun werk konden houden, zich ‘prikkelbaar’ voelden of ‘bedrukt’, en die de slaap niet langer verkwikte, maande men om zichzelf in acht te nemen en Pink Pillen te gaan slikken tegen dit ‘inwoekerend kwaad’. 35 Wie zichzelf niet in acht nam, verviel ‘tot de schrikkelijkste van alle ziekten: de neurasthenie.’36

Ook economische argumenten kwamen voor in de reclames. Een slechte (geestelijke) gezondheid zou funest zijn voor mannen die wilden slagen in het leven, rijkdom wilden vergaren en wilden reizen.37 Zo werden in een advertentie alle standen aangesproken door te stellen dat een koopman, een man van zaken en een werkman zo snel mogelijk hun genezing tegemoet gingen en daarmee tijd wonnen door het gebruik van Pink Pillen, ‘en voor iedereen staat tijd winnen gelijk met geld winnen.’38

Vooral onmatige mensen en lieden die ‘door eerzucht verteerd’ werden, liepen een groter risico op neurasthenie. Neurasthenie heette nog steeds een ziekte van de moderne tijd, maar werd steeds meer ook een gevolg van een gebrek aan zelfbeheersing en wilskracht van het individu. Maar ook omstandigheden en gebeurtenissen uit het individuele verleden zouden mensen kwetsbaar maken voor het ontwikkelen van zenuwzwakte. Deze kwaal, aldus de latere reclames, kon ontstaan door levenservaringen die hadden gezorgd voor ‘schrik’, ‘zorg’ en ‘verdriet’. Tijdens de Eerste Wereldoorlog sprongen de adverteerders in op de gruwelen van de oorlog, opvallend genoeg ook in het neutrale Nederland. Alleen al de verhalen over de oorlog zouden heel wat thuisblijvers ‘tot een staat van zenuwachtige overprikkeling’ hebben gebracht. Voor de soldaten was ‘de zenuwschok nog veel sterker geweest’, hetgeen men illustreerde aan de hand van een Belgische soldaat. Die vertelde dat hij na zijn verblijf aan het front nachtmerries kreeg en verder constant terneergeslagen, overmatig zenuwachtig en prikkelbaar was. Door het gebruik van de Pink Pillen verbeterde zijn toestand en speet het hem, niet naar zijn kameraden te kunnen gaan.39

Pink pillen verjagen de neurasthenie

Afbeelding 3: Pink pillen verjagen de neurasthenie. (Advertentie in De Tijd)

Overwerkte mannen en zwakke vrouwen

Hoewel de feministische Britse historica Elaine Showalter in The female malady uit 1987 schreef dat voornamelijk vrouwen aan neurasthenie leden, wordt dit tegenwoordig betwijfeld. Sterker nog, onderzoek heeft aangetoond dat juist mannen (veel) vaker als neurastheen werden gediagnosticeerd.40 De advertenties voor de Pink Pillen laten eveneens een meerderheid van mannelijke neurasthenen zien. Waarschijnlijk maakten ook de fabrikanten van dit medicijn dankbaar gebruik van deze nieuwe psychiatrische diagnose, die ervoor zorgde dat de psychosomatische symptomen waaraan eerder voornamelijk vrouwen zouden lijden, nu ook op mannen van toepassing werden.41

Zoals eerder is beschreven, bleef neurasthenie nog lange tijd verbonden aan oudere denkbeelden over bloed. Gezond bloed werd nog steeds noodzakelijk geacht voor een goed functionerend zenuwstelsel. Bovendien bleven traditionele diagnoses als bleekzucht (chlorose) zeer in trek. Naast het door elkaar lopen van oudere en modernere diagnoses, valt op dat bij vrouwen minder snel de diagnose neurasthenie werd gegeven dan bij mannen. De advertenties voor Pink Pillen die op vrouwen gericht waren, schreven veel vaker over bloedarmoede, terwijl dezelfde symptomen als bij neurasthenie werden beschreven. Zo vertelde een jonge debutante aan het Engelse hof:

‘Ik vrees, dat ik geene beschrijving kan geven, van de verschillende stadiën van bloedarmoede, welke ik doorliep. Mijne maatschappelijke verplichtingen moesten verwaarloosd worden, want ik voelde mij zoo neerslachtig en droefgeestig, dat ik geen aandeel kon nemen in gebeurtenissen van groot belang. Mijn krachten begaven mij geheel en de geringste inspanning deed mij uitgeput neerzijgen. Mijn zenuwen waren zoo aangedaan, dat ik op het oogenblik, dat ik naar het Hof ging, vreselijk neerslachtig en lichamelijk ziek was’.

Ook de symptomen van bleekzucht, waaraan vooral jonge meisjes zouden lijden,42 kwamen sterk overeen met die van neurasthenie en bloedarmoede. Vaak werd beweerd dat de ziekte een gevolg was van te grote inspanning en lichtzinnigheid. Een reclame voor Pink Pillen uit 1907 omschreef een lijdster aan chlorose als volgt: ‘Zij was bleekzuchtig, zoo hevig, dat zij er door in verval geraakte. (…) Mijn dochter had haar gezonde kleur verloren, zij at bijna niet meer (…) Zij was erg zwak, erg bleek, erg benauwd en altijd treurig.’43

Geconcludeerd kan worden dat neurasthenie, bloedarmoede en bleekzucht vrijwel allemaal aan zenuwklachten werden verbonden. Dit werd soms zelfs letterlijk zo beschreven: ‘De Pink Pillen worden aan alle zwakke, bloedarmoedige personen aangeraden, alsmede aan jonge meisjes door bleekzucht ondermijnd (…) De Pink Pillen eene krachtige werking op het zenuwgestel hebbende zullen aan alle neurasthenie lijders verbazend veel goed doen.’44 Het lijkt vooral afhankelijk te zijn geweest van de sekse en leeftijd van de persoon, welke diagnose men in de advertenties stelde.

Ook verklaarde men het bestaan van zenuwklachten bij mannen en vrouwen anders. Destijds zagen veel wetenschappers en opiniemakers de aard van man en vrouw als essentieel verschillend, waarbij de man stond voor daadkracht, ratio en controle en de vrouw voor passiviteit, irrationaliteit en ongecontroleerdheid. Men was van mening dat de ziekelijkheid van de vrouw volledig door haar sekse werd bepaald.45 De reclames voor Pink Pillen weerspiegelen dit essentialisme. Het zenuwgestel van de vrouw, beweerden zij bijvoorbeeld, was ‘gelijk aan een kruidje-roer mij niet.’ Alles maakte indruk op haar en haar zwakheid diende voortdurend te worden ondersteund. Daarom, zo werd onomwonden uitgelegd, werd het vrouwelijke geslacht immers het zwakke geslacht genoemd.46 Als vrouwen de wetten van de natuur minachtten was het logisch dat zij bleek, vermoeid en kwijnend werden.47 Om de dramatische bewoordingen extra kracht bij te zetten gingen de advertenties vaak gepaard met afbeeldingen van vermoeid kijkende vrouwen en lusteloze meisjes.

Zoals een man na genezing van zijn echtgenote verkondigde: ‘Alle echtgenooten moeten weten dat de Pink Pillen bijzonder goed zijn voor de vrouwen. Zij zijn goed voor de mannen, maar voor de vrouwen zijn zij onmisbaar.’48 Vrouwen waren vaker lusteloos, bedrukt en overstelpt met zorgen.49 Zenuwkwalen zouden bij vrouwen meer voorkomen omdat ‘de vrouw een zwakkere geaardheid bezit en haar physieke weerstand geringer is (...) Een kleinigheid verontrust de vrouw, doet haar aan, slaat haar ter neer.’50

Bij vrouwen kwam de kwaal dus voornamelijk van binnenuit. De ‘veranderlijkheid, waarvan men de vrouw beschuldigt’ lag aan haar natuur.51Verder werd het leven van een vrouw ingedeeld in drie kritieke fases die haar ziek konden maken: ‘Bij het jonge meisje is het de crisis der huwbaarheid, later het moederschap, en eindelijk het gevaarlijke tijdperk van het ophouden der maandelijksche verschijnselen.’52 De ontwikkeling van jonge meisjes werd als zeer problematisch weergegeven. De vorming van de vrouw zorgde namelijk voor ‘een grootere ommekeer dan bij den man.’53 Vooral de menstruatie werd als een afwijking geïnterpreteerd, die liet zien dat het lichaam van de vrouw geen stabiel organisch systeem was. Hierdoor was de vrouw ‘van tijd tot tijd onderhevig […] aan verschijnselen die noodzakelijker wijze invloed hebben op het zenuwstelsel’.54

De eerste vrouwelijke Nederlandse gynaecologe, Catharine van Tussenbroek, had al in 1898 beweerd dat de epidemie van bleekzucht bij welgestelde jonge meisjes te wijten kon zijn aan verveling en het ontbreken van enig toekomstperspectief voor hen.55 Van een dergelijke progressieve visie was niks terug te vinden in de reclames van Pink Pillen. Die schreven voor dat de vrouw zich geestelijk niet teveel in moest spannen. Haar gevoelige zenuwstelsel liep gevaar op het moment dat de vrouw haar intellectuele vermogens te zeer belastte.56 Bovendien moesten meisjes reeds op jonge leeftijd ondersteund worden.57 Anders zouden zij door een tekort aan goed bloed het gevaar lopen op te groeien tot ‘ongeschikte vrouwen’.58

Ook het moederschap was vol risico’s. Het veroorzaakte ‘vermoeienissen en ongemakken’ en had nadelige invloed ‘op het karakter.’ Als een vrouw zwanger werd bracht dit allerlei risico’s met zich mee, met een reële mogelijkheid om te sterven. Veel vrouwen waren dan ook neerslachtig op het moment dat zij zwanger werden of net waren bevallen.59 Zodra de vrouw in de overgang kwam ontstonden er allerlei storingen waardoor deze periode als gevaarlijk werd aangeduid.60 Niet alleen somatische symptomen als opvliegers en hoofdpijn, maar ook depressiviteit en nervositeit kwamen in deze periode veel voor.61 De Pink Pillen waren daarom bij uitstek geschikt om een eind te maken aan deze ‘ellenden (...) die voor vele vrouwen het leven op een lang martelaarschap doen gelijken.’62

Pink pillen zullen u genezen.

Afbeelding 4: Pink pillen zullen u genezen. (Advertentie in Rotterdamsch Nieuwsblad)

Bij mannen daarentegen was zenuwuitputting voornamelijk aan externe oorzaken te wijten, namelijk ‘door overwerken, buitensporigheden of verblijf in een ongezond klimaat (...).’63 Een goed voorbeeld is een advertentie uit de koloniale krant De Sumatra Post, waarin werd vermeld dat de zenuwen van een journalist niet alleen door zijn hectische werk overspannen waren, maar eveneens door het klimaat in de koloniën. De Pink Pillen hielpen dan ook tegen de zenuwstoornissen die ‘zoovaak mannen van zaken in het Verre Oosten treffen.’64 Het moderne leven zorgde ervoor dat sommige mannen de snelheid van de maatschappij niet altijd konden bijbenen.65 Dat de nadruk hier vooral op externe oorzaken lag kwam mogelijk doordat de artsen, in deze tijd nog vrijwel allemaal mannen, zichzelf meer herkenden in de aan neurasthenie lijdende patiënten van het mannelijke geslacht en daarom sneller geneigd waren hun klachten toe te schrijven aan maatschappelijke druk. Ze konden zich wellicht beter inleven in de zenuwverzwakking bij mannen die, net als zijzelf, als ‘professionals’ en kostwinners een rol vervulden in de samenleving en vatbaar waren voor de schaduwzijden van het moderne leven, waar men voortdurend gejaagd en onrustig was en overvloedig in aanraking kwam met zintuigelijke indrukken.66

Opvallend genoeg was de aandacht voor seksualiteit in de reclames voor Pink Pillen gering, terwijl dit thema elders een belangrijke rol speelde. Volgens Schmiedebach was neurasthenie in veel Duitse medicijnreclames een metafoor voor impotentie. Sommige middelen tegen neurasthenie zouden niet alleen het brein, maar ook de seksuele organen stimuleren, als een soort voorlopers van de huidige Viagra-pillen. Historici die onderzoek deden in Duitse en Nederlandse patiëntendossiers van neurasthenie vonden bij mannelijke lijders opvallend vaak verwijzingen naar seksuele frustraties en hevige angsten voor de vermeende schadelijke gevolgen van masturbatie.67 Mannelijke patiënten legden vaak uit zichzelf een verband tussen ‘onanie’ en hun zenuwkwaal. Slechts een enkele keer wees een reclame voor Pink Pillen gebrek aan seksuele zelfbeheersing van de man aan als oorzaak voor neurasthenie. Dan schreef men bijvoorbeeld: ‘Van af den leeftijd der manbaarheid is de jonge man somwijlen te zeer de slaaf van zijne driften. Zelfs verspilt dikwijls de man zijne mannelijke krachten tot op een betrekkelijk gevorderden leeftijd.’68 Deze op de seksualiteit zinspelende advertentie was, net als alle andere advertenties voor Pink Pillen, te vinden in kranten van allerlei signatuur. Katholieke kranten als Het Centrum en de Tilburgsche Courant plaatsten ze net zo goed als het gematigd-liberale dagblad Algemeen Handelsblad.

De advertenties voor Pink Pillen propageerden vooral een traditionele gezinsmoraal. Mogelijk wilden de producenten van Pink Pillen het product niet teveel associëren met mannelijke seksualiteit, omdat het in de markt gezet werd als breed inzetbaar gezinsproduct, geschikt voor kinderen, jonge meisjes, en mannen en vrouwen van alle leeftijden. Meisjes moesten gezond worden zodat zij op konden groeien tot ‘geschikte vrouwen’, zieke vrouwen moesten zo snel mogelijk weer goedgemutst hun taken in het huishouden opnemen en mannen moesten weer gaan werken en geld verdienen. Vrouwen dienden ook mooi te zijn om de mannen te behagen. De medicijnen werden aanbevolen door vrouwen te wijzen op hun verwelkende schoonheid als gevolg van hun ziekte.69 Dit gebeurde zelfs zo specifiek dat werd gesteld dat om nog onbekende redenen blondines vaker slachtoffers van bloedarmoede waren dan brunettes.70 Er werd een standaard gecreëerd waar vrouwen aan moesten voldoen. Interessant genoeg werd aangestipt dat het delicate, tere en bleke uiterlijk van de negentiende-eeuwse vrouw niet meer in de mode was. Vandaar de vele advertenties tegen bloedarmoede bij jonge meisjes; zij moesten er vooral gezond uitzien: ‘Wat de mannen het meest inneemt, is de schoonheid die de natuur geeft. ‘De vrouwen moeten schitterende oogen, roode lippen, gekleurde wangen hebben. Hun gang moet lenig zijn en zij moet er sterk uit zien.’71

Toch gaf men niet elke geportretteerde vrouw weer als zwak en afhankelijk. Eén advertentie prees bijvoorbeeld ‘den moed en de geestkracht’ van vrouwen om hun taak als huisvrouw te volbrengen. De ongemakken die het zware werk in huis met zich meebracht maakten dat het vrouwen dikwijls te veel werd. Er was echter niemand die hun taak kon overnemen. Volgens de advertentie zouden mannen in deze positie thuisblijven of hun werk door iemand anders laten opknappen: ‘De mannen lijden niet op deze wijze en zeer weinigen zouden dezelfde geestkracht hebben.’72 De vrouw moest deze geesteskracht echter alleen aanwenden ten bate van het gezin. Zij was hier van cruciaal belang, aangezien zij voor de gezelligheid in huis zorgde. Een vrouw die altijd ziek was en voortdurend klaagde, maakte haar thuis tot een treurig verblijf.73 Als de ‘engel van het huis’ ziek werd, zo verkondigde een advertentie, veranderde het huis van het paradijs in de hel. Door het gebruik van Pink Pillen waren er reeds vele echtgenotes hersteld, waardoor het gezellige gezinsleven terugkeerde.74

Daadwerkelijk los van het vaste stramien van ‘de zwakke vrouw’ was een opvallende advertentie over de circusartieste miss Florrie Florizell. Zij had de wereld rondgereisd in verscheidene (werkelijk bestaande) circussen als ‘rijdster’ en gymnaste en was hier dusdanig vermoeid door geraakt dat zij aan zenuwoverspanning en bloedarmoede leed. Haar verhaal had veel overeenkomsten met de advertenties gericht op mannen. Florrie Florizell wordt geportretteerd als sterke vrouw die door hard werken overspannen raakt. Door de Pink Pillen is zij weer in staat om op te treden ‘in hare nieuwe en opzienbarende toer’.75

Proto-professionalisering, een verbeelde gemeenschap en psychologisering van de man

Op diverse manieren droeg de intensieve reclamecampagne voor Pink Pillen in de Nederlandse kranten bij aan de psychologisering van de Nederlandse samenleving. De advertenties maakten allereerst een breed publiek bekend met het medisch-psychiatrische vertoog over neurasthenie. Ze informeerden lezers en lezeressen over symptomen en oorzaken hiervan en boden hen zodoende de mogelijkheid de term op zichzelf te gaan betrekken. Daarbij benoemden de reclames het als de verantwoordelijkheid van burgers om zorg te dragen voor het eigen geestelijk welzijn. Ook dat is een kenmerk van een gepsychologiseerde samenleving: dat deelnemers eraan zich actief bezighouden met hun eigen psychische gezondheid, bij zichzelf nagaan hoe zij zich voelen en informatie zoeken over diagnosen en therapieën. De medische voorlichting in de reclames voor Pink Pillen stimuleerde deze ‘proto-professionalisering’ van de burger, in de terminologie van socioloog Abram de Swaan.76 Hij duidde hiermee op een proces van patiëntenemancipatie waarbij mensen de terminologie van medici overnemen, die zich toeëigenen en vervolgens hun artsen confronteren met hun zelf gestelde diagnoses.

Verder creëerden de reclames voor Pink Pillen een ‘verbeelde gemeenschap’ van mensen met zwakke zenuwen, waarmee de lezers en lezeressen zich konden identificeren. De impliciete boodschap van de reclamecampagne voor Pink Pillen luidde dat het hebben van zwakke zenuwen niet iets was om je voor te schamen. Ze propageerden openheid over psychische problematiek. Meer in het bijzonder droegen de Pink Pillen ten slotte bij aan de psychologisering van de man. Voor vrouwen en hun geestelijke en lichamelijke kwalen was in de negentiende eeuw al veel aandacht gegroeid. De ziekelijkheid van de zwakke, gevoelige, door haar biologie geregeerde vrouw werd toen sterk benadrukt in wetenschap en literatuur. Vooral dames uit de middenklasse en hogere standen zouden lijden aan kwalen als hysterie, chlorose (bleekzucht) en migraine.77

In de reclames voor Pink Pillen leefde dit paradigma nog opvallend lang voort, maar werden naast vrouwen ook mannen nadrukkelijk opgevoerd als zenuwachtig en opgebrand. De reclames volgden hiermee de medisch-psychiatrische praktijk. De diagnose neurasthenie werd door artsen minstens zoveel bij mannen gesteld als bij vrouwen. Volgens de Canadese historicus Edward Shorter zorgde de diagnose neurasthenie ervoor dat artsen meer aandacht kregen voor psychosomatische problemen bij mannen.78 De diagnose bracht ook een lucratieve nieuwe groep cliënten binnen in de medisch-psychiatrische spreekkamers: overwerkte (zaken-)mannen. De producenten van Pink Pillen profiteerden graag mee van deze ontwikkeling en stimuleerden zodoende de toenemende aandacht voor vrouwelijke én mannelijke ‘zenuwlijders’. Ze bevorderden de maatschappelijke emancipatie van mensen met psychische problemen en waren in die zin progressief, maar nadrukkelijk binnen de veilige parameters van een traditionele burgerlijke gezinsmoraal.

Noten



1 Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis Amsterdam, bibliotheekcollectie, aldaar: Z.a., Versterker der zenuwen, hernieuwer van het bloed. Pink Pillen voor bleeke personen van dr. Williams (Plaats en jaar van publicatie onbekend, waarschijnlijk tussen 1900-1924) p. 13.

2 Frank Huisman, ‘Patiëntenbeelden in een moderniserende samenleving: Nederland, 1880-1920’, in: Gewina, vol. 25, 2002, p. 210-225, aldaar p. 213.

3 Huisman, ‘Patiëntenbeelden’, p. 212.

4 Gebruik is gemaakt van het historische krantenarchief van de Koninklijke Bibliotheek. In de bestudeerde periode verschenen vaak bijna vierduizend reclames per jaar in de kranten die tot nog toe door de Koninklijke Bibliotheek zijn gedigitaliseerd. De gebruikte kranten zijn afkomstig uit alle delen van Nederland en de koloniën en verschillen ook wat betreft geloofs- of politieke overtuiging. Bijvoorbeeld De Tilburgsche Courant, De Tijd. Godsdienstig-staatkundig blad, De Sumatra Post, Rotterdamsch Nieuwsblad en Het Centrum. Voor twee jaren (1898 en 1908) zijn alle reclames voor Pink Pillen bekeken, ook als ze patiënten portretteerden die leden aan reumatiek of rugklachten, dit om een algemene indruk te verkrijgen van het materiaal. Het ging hier om zo’n vijfhonderd advertenties die verschenen in zowel landelijke als regionale kranten, van allerlei signatuur: Het Centrum, Het Volk. Voor de overige achttien jaren zijn alleen de meest relevante reclames meer diepgaand geanalyseerd, waarin lijders aan ‘zenuwen’, zenuwzwakte of neurasthenie voorkwamen. Uiteraard werd dezelfde reclame soms meermalen gebruikt, ook wel binnen één krant, maar men wisselde ook veel af. Zo’n zestig verschillende reclames voor Pink Pillen tegen neurasthenie zijn geanalyseerd, in de periode 1900-1920. Er werden duidelijk vele verschillende reclames gemaakt. Soms ging het om gebruikers van Pink Pillen uit het buitenland, maar vaker presenteerden de reclames Nederlandse consumenten. Naast de advertenties uit kranten is ook een brochure bekeken over Pink Pillen, die bedoeld was om dit product te introduceren op de Nederlandse markt, met op de voorkant een afbeelding van een stralend Hollands meisje in klederdracht.

5     Zie over psychologisering bv. R. Abma, C. Brinkgreve e.a, Het verlangen naar openheid. Over de psychologisering van het alledaagse, Amsterdam 1995; Harry Oosterhuis & Marijke Gijswijt-Hofstra, Verward van geest en ander ongerief. Psychiatrie en geestelijke gezondheidszorg in Nederland (1870-2005), 3 dln., NTvG/Bohn Stafleu van Loghum, Houten 2008, p. 990-995.

6     Jonathan M. Metzl, ‘Selling sanity through gender: the psychodynamics of psychotropic advertising’, in: Journal of Medical Humanities, vol. 24, 1/2, 2003, p. 79-103.

7     Peter G. Homan a.o., Popular medicines. An illustrated history, Pharmaceutical Press, Londen 2008, p. 139-141.

8     Mary Kilcline Cody, ‘A paler shade of white’, in: Jan van der Putten & Mary Kilcline Cody (eds), Lost times and untold tales from the Malay world, Nat. University of Singapore Press, Singapore 2009, p. 82-96, aldaar p. 86-88.

9     In Engeland en Indië zaten er dertig pillen in één doos. Zie British Medical Association, Secret remedies. What they cost and what they contain, Londen 1909, p. 174. In Nederland was dit mogelijk ook het geval. Uitgaande van één of twee pillen per dag, kon men er dan enkele weken tot een maand mee toe.

10     Homan e.a., Popular medicines, p. 139-141.

11     E.J. Abrahams, De kwakzalversmiddelen. Hunne inhoud en de gevaren die bij het gebruik dreigen, volgens analyses gedurende 35 jaar gemaakt voor de Vereeniging tegen de kwakzalverij, Abrahams, Amsterdam 1916, p. 92.

12     British Medical Association, Secret remedies, p. 174.

13     Zie bv. Marijke Gijswijt-Hofstra & Roy Porter (red.), Cultures of neurasthenia. From Beard to the First World War, Rodopi, Amsterdam/New York 2001; Jessica Slijkhuis & Harry Oosterhuis, ‘Door vrees en tobberijen bevangen. Neurasthenie als genderspecifieke beschavingsziekte’, Tijdschrift voor Geschiedenis, vol. 125, 2012, p. 20-33.

14     Gijswijt-Hofstra, ‘Introduction’, in: Gijswijt-Hofstra & Porter (red.), Cultures of neurasthenia, p. 21.

15     Heinz-Peter Schmiedebach, ‘The public’s view of neurasthenia in Germany’, in: Gijswijt-Hofstra & Porter (red.), Cultures of neurasthenia, p. 219-239, aldaar p. 229.

16     Tom Lutz, ‘Varieties of medical experience: doctors and patients, psyche and soma in America’, in: Gijswijt-Hofstra & Porter (red.), Cultures of neurasthenia, p. 51-76, aldaar p. 53.

17     Mary Kemperink, ‘“Morbide distinctie van fijner ras”. De verbeelding van de hogere stand in het verhalend proza’, in: Liesbeth Nys, Henk de Smaele, Jo Tollebeek & Kaat Wils (red.), De zieke natie. Over de medicalisering van de samenleving 1860-1914, Historische Uitgeverij, Groningen 2002, p. 180-198, aldaar p. 186.

18     Kemperink, “Morbide distinctie van fijner ras”, p. 187.

19     Huisman, ‘Patiëntenbeelden’, p. 217-220.

20     ‘De meening van een piano-onderwijzeres over de Pink Pillen’, Tilburgsche Courant, 17 juni 1916.

21     Philipp Blom, De duizelingwekkende jaren. Europa 1900-1914, De Bezige Bij, Amsterdam 2009, p. 340-343.

22     ‘Ingezonden mededelingen. Een zieke die navolging verdient’, De Tijd. Godsdienstig-staatkundig blad, 17 febr. 1909.

23     ‘Een ingenieur, door de Pink Pillen genezen’, Nieuwe Tilburgsche Courant, 21 juni 1911.

24     ‘Verklaring van een Artist’, Nieuwe Tilburgsche Courant, 18 sept. 1906.

25     ‘Een journalist in Indië’, De Sumatra Post, 20 nov. 1908.

26     ‘Mijn redsters. De Pink Pillen’, Het nieuws van den Dag: kleine courant, 07 aug. 1906.

27     Marcel Broersma & Joop W. Koopmans (red.), Identiteitspolitiek. Media en de constructie van gemeenschapsgevoel, Verloren, Hilversum 2010, p. 14.

28     Kilcline Cody, ‘A paler shade of white’, p. 86.

29     William A. Hanff, ‘Advertorials’, in: Christopher H. Sterling (ed.) Encyclopedia of journalism, sage Publ., Thousand Oaks/Londen 2009, p. 25-27, aldaar p. 26.

30>     Huub Wijfjes, Journalistiek in Nederland 1850-2000. Beroep, cultuur en organisatie, Boom, Amsterdam 2004, p. 19.

31     Ook in buitenlandse kranten was dat het geval, zoals onderzoekers hebben geconstateerd. Zie Kilcline Cody, ‘A paler shade of white’, p. 84.

32     ‘Aan de twijfelaars’, De Tijd. Godsdienstig-staatkundig dagblad, 26 aug. 1916.

33     Nikolas Rose, Inventing our selves. Psychology, power and personhood, Cambridge Univ. Press, Cambridge/New York 1998.

34     ‘Een ziekte die schrik verspreidt’, De Tijd. Godsdienstig-staatkundig dagblad, 28 febr. 1917.

35     ‘Wat door zorg en tobben veroorzaakt wordt’, De Sumatra Post,24 april 1915.

36     ‘Verklaring van een artist’, Nieuwe Tilburgsche Courant, 18 sept. 1906.

37     ‘Voor verzwakte mannen’, Tilburgsche Courant, 18 febr. 1906.

38     ‘Ingezonden mededeelingen’, Het Nieuws van den Dag: kleine courant, 08 april 1908.

39     ‘De zenuwen en de oorlog’, Tilburgsche Courant, 18 dec. 1915.

40     Gijswijt-Hofstra, ‘Introduction: cultures of neurasthenia from Beard to the First World War’, in: Gijswijt-Hofstra & Porter (red.), Cultures of neurasthenia, p. 1-30, aldaar p. 20-21, 23-24.

41     Edward Shorter, From paralysis to fatigue: a history of psychosomatic illness in the modern era, Free Press, New York 1992, p. 226.

42     Karin Johannisson, Het duistere continent. Dokters en vrouwen in het fin-de siècle, Van Gennep, Amsterdam 1996, p. 123-127.

43     ‘Tegen de bleekzucht. De Pink Pillen’, Rotterdamsch Nieuwsblad, 13 aug. 1907.

44     ‘Een geheim van schoonheid’, Tilburgsche Courant, 16 juni 1906.

45     Elke Müller, ‘Van apathie naar overbelasting. Over modeziektes, gender en moderniteit’, in: Gemma Blok e.a. (red.), Gender en gekte. Jaarboek voor Vrouwengeschiedenis, 30, 2010, p. 37-57, aldaar p. 43.

46     ‘Goed bewaard’, Tilburgsche Courant, 24 juni 1906.

47     ‘Ingezonden mededeelingen’, Nieuwe Tilburgsche Courant, 2 juni 1908.

48     ‘Gelukkige Echtgenooten! Hunne vrouwen door de Pink Pillen genezen’, Tilburgsche Courant, 21 sept. 1908.

49     ‘Waarom vrouwen klagen’, De Sumatra Post, 25 mei 1916.

50     ‘Aan de vrouwen wier zenuwen zwak zijn’, Tilburgsche Courant, 30 sept. 1906.

51     ‘De verantwoordelijkheid der vrouw’, Rotterdamsch Nieuwsblad, 15 jan. 1917.

52     ‘Eenige waarheden die niet genoeg bekend zijn’, Tilburgsche Courant, 12 aug. 1916.

53     ‘De verantwoordelijkheid der vrouw’, Rotterdamsch Nieuwsblad, 15 jan. 1917.

54     ‘De verantwoordelijkheid der vrouw’, Rotterdamsch Nieuwsblad, 15 jan. 1917.

55     P.E. Treffers, ‘Chlorose, een verdwenen ziekte van kwijnende jonge meisjes’, in: Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 147, 2003, p. 2535-2539.

56     Harry Oosterhuis en Jessica Slijkhuis, Verziekte zenuwen en zeden. De opkomst van psychiatrie in Nederland (1870-1920) , Erasmus Publishing, Rotterdam 2012, p. 164.

57     ‘De steun der jonge meisjes. De Pink Pillen’, Nieuwe Tilburgsche Courant, 20 april 1906.

58     ‘Waarom vrouwen klagen’, De Sumatra Post, 25 mei 1916.

59     Johannisson, Het duistere continent, p. 110, 115.

60     ‘De verantwoordelijkheid der vrouw’, Rotterdamsch Nieuwsblad, 15 jan. 1917.

61     Johannisson, Het duistere continent, p. 117.

62     ‘Iedere maand lijden zij in stilte’, Nieuwe Tilburgsche Courant, 15 mei 1908.

63     ‘Hebt gij ook dergelijke rugpijnen?’, De Sumatra Post 17 juli 1908.

64     ‘Een journalist in Indië’, De Sumatra Post, 20 nov. 1908.

65     Gijswijt-Hofstra, ‘Introduction’, in: Gijswijt-Hofstra & Porter (red.), Cultures of neurasthenia, p. 1.

66     Oosterhuis & Slijkhuis, Verziekte zenuwen en zeden, p. 164-165.

67     Joachim Radkau, ‘The neurasthenic experience in imperial Germany’, in: Gijswijt-Hofstra & Porter (red.), Cultures of neurasthenia, p. 199-219, aldaar p. 207-209; Slijkhuis & Oosterhuis, ‘Door vrees en tobberijen bevangen’, p. 30.

68     ‘Eenige waarheden die niet genoeg bekend zijn’, Tilburgsche Courant, 12 aug. 1916.

69     ‘De schoonheid gaat weg wanneer de bloedarmoede aankomt. De Pink Pillen jagen de bloedarmoede op de vlucht’, Het Nieuws van den Dag: kleine courant, 24 jan. 1908.

70     ‘Ingezonden mededeelingen’, Het Nieuws van den Dag: kleine courant, 26 mei 1908.

71     ‘Een geheim van schoonheid’, Tilburgsche Courant, 16 juni 1906.

72     ‘De moed der vrouwen’, Het Centrum, 12 april 1916.

73     ‘Een vrouw die ziek is en van vroeg tot laat klaagt, maakt haar huis tot een treurig verblijf’, Rotterdamsch Nieuwsblad, 23 juli 1925.

74     ‘Gelukkige echtgenooten! Hunne vrouwen door de Pink Pillen genezen’, Tilburgsche Courant, 21 sept. 1908.

75     ‘Een Circus-Rijdster op reis door Java. Miss Florrie Florizell verhaalt wat zij ondervond’, De Sumatra Post, 27 nov. 1908.

76     C. Brinkgreve, J.H. Onland & A. de Swaan, De opkomst van het psychotherapeutisch bedrijf, Het Spectrum, Utrecht/Antwerpen 1979, p. 17-24.

77     Johannisson, Het duistere continent; Lisa Appignanesi, Mad, bad and sad. A history of women and the mind doctors from 1800 to the present, Virago, New York 2008.

78     Shorter, From paralysis to fatigue, p. 226.



Creative Commons License
This work is licensed under a Creative Commons Attribution 3.0 License.

ISSN: 2213-7653