figure1

Fantasia of Color in Early Cinema

Fantasia of Color in Early Cinema

Amsterdam (EYE Filmmuseum en Amsterdam University Press) 2015, 287 pp., 200+ ill., ca. € 34,95, ISBN 978 90 8964 657 6

Op de achterzijde van Fantasia of Color in Early Cinema schrijft W.J.T. Mitchell over een kleurenblindheid in filmwetenschappen. In onze kijkervaring lijken we kleur voor natuurlijk aan te nemen terwijl een groeiend aantal studies laat zien dat kleur alles behalve vanzelfsprekend was. De kleurenblindheid die Mitchell beschrijft, wordt dan ook de laatste jaren in rap tempo ingekleurd. Fantasia of Color in Early Cinema, een samenwerking tussen EYE (Fossati) en internationale wetenschappers (Gunning, Yumibe, Rosen), probeert op een prachtige visuele manier de kunstmatigheid van kleur in vroege films van voor 1913 weer te geven. De kern van het boek is een bonte collectie van tweehonderd (losse) frames uit het archief die ieder paginavullend in kleur en in zeer hoge kwaliteit zijn afgedrukt. Toch zou de term ‘bladerboek’ de publicatie tekort doen, want de stills worden voorafgegaan door interessante bijdragen van de vier auteurs. De kleurrijke afbeeldingen illustreren in meerdere opzichten wat de teksten beschrijven: dat kleurgebruik in de vroege jaren van de film een spectaculair en betoverend effect had.

Er verschenen de laatste jaren enkele belangrijke publicaties naar het gebruik van kleur in de eerste jaren van de film. We moeten hierbij een onderscheid maken tussen toegevoegde kleur (de film werd tijdens of na ontwikkeling ingekleurd) en fotochemische technieken om kleur te registreren. De hernieuwde interesse in de technologische geschiedenis van media heeft ervoor gezorgd dat er de afgelopen jaren meerdere publicaties zijn verschenen die de ontwikkeling van fotochemische kleuropname beschrijven. Meest recentelijk is dat The Dawn of Technicolor (George Eastman House, 2015) van James Layton en David Pierce, en Sarah Streets boek Colour Films in Britain: The Negotiation of Innovation 1900-55 (BFI, 2013). In deze boeken blijft de techniek van ‘toegevoegde kleur’ vaak het ondergeschoven kindje, om niet te zeggen een primitieve voorloper van de kleurenfilm.

Een belangrijke uitzondering daarop is Joshua Yumibes’ Moving Color: Early Film, Mass Culture, Modernism (Rutgers University Press, 2012). Zijn onderzoek plaatst kleur in een langere traditie van negentiende-eeuws vermaak en beschrijft kleurgebruik als een fascinatie die niet zozeer gebaseerd is op het nabootsen van de werkelijkheid als wel het spelen met perceptie en fantasie. Yumibe is ook verantwoordelijk voor een van de hoofdstukken in Fantasia of Color. Hier plaatst hij de veelvoud aan kleurtechnieken en combinaties in de context van een ‘color revolution (…) across media’ aan het eind van de negentiende eeuw (p. 29). Kleurige belichting en bonte decors vormden een belangrijk onderdeel van het populaire theater, zoals vaudeville in de Verenigde Staten en de féerie in Frankrijk. Yumibe beschrijft hoe Pathé op deze populariteit inhaakte. Naast truc-effecten, was kleur het succesvolste ‘special effect’. Om aan de behoefte daaraan te voldoen ontwikkelde Pathé technieken zoals het mechanisch stencilen waarmee het beeldje-voor-beeldje handmatig inkleuren overbodig werd. Na enkele jaren nam het effect ervan af en werd kleurgebruik ‘retooled for narrative purposes’ (p. 35).

Maar ook binnen verhalende films werd kleur niet zomaar gebuikt om de werkelijkheid na te bootsen, maar om juist een bepaalde sfeer of culturele betekenis toe te voegen aan een scène. In het hoofdstuk voorafgaand aan dat van Yumibe, beschrijft Tom Gunning een soortgelijk spanningsveld tussen realisme en fantasie. Kleurgebruik was een special effect dat iets toevoegde aan de werkelijkheid. In lijn met het concept van de ‘cinema of attractions’ veranderde gekleurde film de werkelijkheid in een spektakel. Zowel Gunning als Yumibe zijn naast technieken voornamelijk geïnteresseerd in het esthetische vraagstuk: hoe kwam kleur over en hoe werd het ervaren? Met dit perspectief onderscheidt Fantasia of Color zich van The Dawn of Technicolor. Waar laatstgenoemde een nauwkeurige technische en industriële beschrijving opteert, is Fantasia of Color vooral een boek over de schoonheid en veelzijdigheid van kleurgebruik in film voor 1913.

Als boek is Fantasia of Color zowel toegankelijk als uitdagend. De hoofdstukken zijn geen taaie academische teksten of diepgaande archiefstudies. Ze vormen begrijpelijke inleidingen op de vragen die het archief van EYE ons presenteert. Hier en daar herhaalt de tekst zichzelf. Bijvoorbeeld wanneer iedere auteur afzonderlijk de verschillende technieken uitlegt, of wanneer de overbekende FIAF-conferentie van 1978 wordt aangehaald. Voor filmhistorici zullen de bijdragen dan ook geen revolutionair nieuwe inzichten bieden, maar de kleurrijke beelden hebben misschien wel die potentie. De thematische indeling van de frames, waarbij technieken en stijlen soms contrasteren en soms elkaar aanvullen, spoort aan tot meer onderzoek. Giovanna Fossati stelt in haar hoofdstuk ‘The Archival Life of Early Color Films’ vast dat het printen van de tweehonderd paginagrote frames een nieuwe wending heeft gegeven aan het archiefleven van de films. In een heldere uiteenzetting beargumenteert ze ook de overvloedige aanwezigheid van deze illustraties in de publicatie.

Daar waar digitale verspreiding via bijvoorbeeld YouTube de kwaliteit van films reduceert en de beelden vluchtig maakt, kiezen de auteurs van Fantasia of Color voor vergrote beelden zonder beweging om zo een kijkervaring van Raymond Bellours ‘pensive spectator’ op te roepen. Daarnaast weet Fossati in enkele pagina’s de ogenschijnlijke tegenstelling tussen het ‘originele? materiaal’ en de hedendaagse kijkervaring krachtig te problematiseren. Want, zo stelt ze, in het geval van gekleurde vroege film is digitale restauratie weliswaar een eind verwijderd van 35 millimeter nitraatfilm, het resultaat komt dichter bij de oorspronkelijke kleurintensiteit en dus dichter bij de historische kijkervaring.

Zowel qua inhoud als vormgeving is Fantasia of Color een fantastisch boek dat waarschijnlijk iedere liefhebber zal weten te bekoren. Het boek werd gepresenteerd tijdens de conferentie ‘The Colour Fantastic: Chromatic Worlds of Silent Cinema’ gehouden in EYE afgelopen maart. Lezers van Fantasia of Color die dat evenement gemist hebben zullen ongetwijfeld reikhalzend uitzien naar de uitkomsten van die bijeenkomst. Onderzoek naar kleurgebruik in vroege film – al dan niet in relatie met andere negentiende-eeuwse populaire cultuur – blijkt een vruchtbaar terrein te zijn. Want als we de auteurs van het boek mogen geloven is er nog veel meer te ontdekken in de archieven.

Gert Jan Harkema, Stockholm University